Freeke De Meyer, zelfstandig historica, freeke.demeyer@hotmail.com
Mirella Marini, stafmedewerker Universiteit Antwerpen, mirella.marini@uantwerpen.be
De geschiedenis van de adel in de Habsburgse Nederlanden wordt vaak verteld als een verhaal van mannen. Namen van graven, generaals en diplomaten domineren de historiografie. Toch stonden naast veel van die mannen invloedrijke vrouwen die een cruciale rol speelden in het beheer van het familiekapitaal, de organisatie van het huishouden en het bestuur van de landgoederen. Met de podcastreeks Vrouwen des Huizes willen we precies die vaak vergeten geschiedenis onder de aandacht brengen.
In acht afleveringen reconstrueren wij de levens van twee hoogadellijke vrouwen die eeuwenlang in de schaduw van hun mannelijke familieleden werden geplaatst. Niet omdat zij niet belangrijk waren, maar omdat de geschiedschrijving hun stem niet meenam. De podcast combineert historisch onderzoek met storytelling en toont hoe vrouwen zoals Anna van Croy (1564–1635) en Marie Catherine van Merode (1743–1794) cruciale actoren waren in hun dynastieën en in de samenleving van de nieuwe tijd. Hun verhalen nodigen uit om vertrouwde historische narratieven te herdenken.

Een belangrijk thema in de podcast is het patrimoniumbeheer door adellijke vrouwen. In de samenleving van de nieuwe tijd was landbezit immers de belangrijkste bron van rijkdom en macht voor aristocratische families. Het vormde de economische basis van hun sociale positie. Het beheer van die bezittingen was dus van cruciaal belang.
In dit artikel wordt dat thema verder uitgediept aan de hand van twee concrete voorbeelden uit verschillende periodes van de nieuwe tijd: hertogin Anna van Croy (1564-1635) en gravin Marie Catherine van Merode (1743-1794). Hun levens tonen hoe adellijke vrouwen binnen een patriarchaal systeem toch aanzienlijke macht en invloed uitoefenden.
Patrimoniumbeheer en de adel in de nieuwe tijd
In de Zuidelijke Nederlanden vormde de adel een piepkleine elite. In de achttiende eeuw bijvoorbeeld maakte zij slechts een kwart procent van de bevolking uit. Toch was hun invloed enorm. Adellijke macht was gebaseerd op landbezit en de daarbij horende heerlijke rechten, op een uitgebreid politiek netwerk en op militaire dienst en prestigieuze functies aan het hof. Strategische huwelijken dienden om die machtsbasis nog verder te consolideren.
Een adellijke familie was in essentie een economisch bedrijf dat vroeg om een efficiënt beheer. Landbezit leverde onder meer inkomsten op via pacht van boeren, verhuur van huizen of via de exploitatie van bossen, weiden en mijnen. Heerlijke rechten zoals tolgelden, molenrechten of het innen van belastingen waren eeuwenoude privileges die extra inkomsten opleverden.
Patrimoniumbeheer omvatte het toezicht op pachtcontracten, de controle op inkomsten en uitgaven, het aansturen van rentmeesters en intendanten, juridische onderhandelingen, investeringen in land en infrastructuur en de bescherming van onderdanen. Het was een taak die kennis, autoriteit en strategisch inzicht vereiste.
Lange tijd werd landbeheer door historici vooral gezien als een mannenzaak. Dat beeld hing samen met het idee van zogenaamde gescheiden sferen, waarin mannen werden geassocieerd met de publieke wereld van politiek en economie, terwijl vrouwen in de private sfeer van gezin en huishouden zouden opereren.
Recente studies hebben dit beeld echter genuanceerd. Historisch onderzoek toont dat vrouwen, en zeker aristocratische vrouwen, betrokken waren bij het beheer van landgoederen en financiële administratie. In Engeland bijvoorbeeld toonde historica Briony McDonagh aan dat aristocratische vrouwen een belangrijke minderheid van de landeigenaars vormden en vaak verantwoordelijk waren voor het beheer van landgoederen. Ook in andere Europese regio’s, zoals Frankrijk en Spanje, wijzen studies op een actieve rol van aristocratische vrouwen in het beheer van familiegoederen.
Dat betekent niet dat vrouwen juridisch volledig gelijkgesteld waren aan mannen. De samenleving in de nieuwe tijd was diep patriarchaal en dat was ook te zien in de wet. In het ancien regime waren gehuwde vrouwen juridisch handelingsonbekwaam en dus wettelijk afhankelijk van hun echtgenoot. Zij konden vaak geen contracten afsluiten of eigendommen verkopen zonder zijn toestemming. Alleenstaande vrouwen en weduwen hadden vaak meer rechten. Ze konden meestal zelfstandiger handelen, hun eigen bezittingen beheren en juridische stappen ondernemen.
Maar dat was de theorie. In het echte leven was er voor vrouwen meer speelruimte dan de wet doet vermoeden. In de vrouwengeschiedenis wordt die handelingsruimte aangeduid met de term agency. Want het is niet omdat de samenleving patriarchaal was, dat er geen handelingsruimte was voor vrouwen. Ook adellijke vrouwen uit de Habsburgse Nederlanden hadden voldoende autoriteit, autonomie en juridische rechten om een bepalende rol te spelen binnen het patrimoniumbeheer van hun familie. Aan de hand van de twee hoofdrolspelers van onze podcastreeks: hertogin Anna van Croy en gravin Marie Catherine van Merode tonen wij dit aan.
De case Anna van Croy (1564-1635)

Anna van Croy werd op 4 januari 1564 geboren als telg van de op dat moment belangrijkste familie van de Nederlanden: de Croy’s. Haar vader was Filips III van Croy, hertog van Aarschot. Wanneer we de ‘grote’ Nederlandse hertogdommen (Luxemburg, Brabant, Gelderland en Limburg) buiten beschouwing laten die allen in handen van de Habsburgs waren, was de hertog van Aarschot de enige andere hertog in de Nederlanden. Van bij haar geboorte nam Anna van Croy zo een bevoorrechte plaats in de adellijke samenleving in.
Twee jaar na de geboorte van Anna van Croy brak de Beeldenstorm los, de prelude van de Nederlandse Opstand die een cruciale rol speelde in haar verdere leven. In 1587 trouwde ze met Karel, prinselijke graaf van Arenberg. Hij was diplomaat en diende in het Spaanse leger. Hun huwelijk was in meerdere betekenissen erg vruchtbaar. Het koppel kreeg 12 kinderen, van wie 10 kinderen hun kindertijd overleefden. Op financieel vlak ging het door de Opstand aanvankelijk moeilijk, maar daar kwam verandering in toen in 1612 de broer van Anna, hertog van Aarschot, kinderloos stierf. Na een juridische strijd verwierf zij het hertogdom Aarschot, waarmee hun gezamenlijke patrimonium de facto verdubbelde.
Vanaf het prille begin van haar huwelijk beheerde Anna van Croy het familiepatrimonium, dankzij de uitgebreide volmachten van haar echtgenoot. In 1600 benoemde Karel haar als superintendant van alle bezittingen. In tegenstelling tot eerdere historische inzichten, die telkens benadrukten dat enkel weduwen in staat waren enige macht uit te oefenen, bewijst dit voorbeeld dat ook al tijdens het huwelijk vrouwen een duidelijke financiële autoriteit bezaten. Dit is meer enkel agency, dat gezien wordt als een verworven handelingsruimte ondanks juridische en sociale beperkingen. Anna van Croy opereerde daarentegen binnen een wettelijk kader, met een duidelijk erkende juridische en sociale positie.
Ook na het overlijden van haar echtgenoot in 1616, bestuurde zij samen met haar raad het gezamenlijke Arenberg-Aarschot patrimonium, met heerlijkheden die verspreid lagen over wat nu het noorden van Frankrijk, België, Nederland en Duitsland zijn. Ze resideerde in Edingen (Henegouwen), een prestigieuze heerlijkheid die het koppel had aangekocht in 1606 en die ze transformeerden tot vorstenzetel.

Bij haar overlijden in 1635 liet ze een fenomenaal fortuin achter. Strikt genomen handelde het niet om het Arenberg-, noch om het Aarschot-patrimonium. Beide waren – in theorie – inmiddels in handen van haar oudste zoon (alhoewel de grens tussen hun beider beheer erg vaag was). De belangrijkste legaten in haar testament waren voorbehouden voor diverse religieuze doeleinden, zoals het kapucijnenklooster in Brussel of het weeshuis en het conceptionistenklooster in Edingen. Meerdere honderdduizenden gulden werden zo nagelaten. Dat persoonlijke fortuin was volledig opgebouwd na meer dan 40 jaar succesvol financieel beheer.
De case Marie Catherine van Merode (1743-1794)
Een tweede interessant voorbeeld vinden we bij Marie Catherine van Merode, geboren in 1743 in Leuven. Ze behoorde tot een van de rijkste adellijke families van de Zuidelijke Nederlanden.
Na de dood van haar vader in 1769 werd zij de erfgename van het patrimonium van de tak Merode-Rubempré. Omdat zij gehuwd was, werd het beheer van dat vermogen echter uitgevoerd door haar echtgenoot Philippe Maximilien van Merode. Toch had Marie Catherine ook toen al enige invloed. Volgens de wet kon haar echtgenoot geen goederen verkopen zonder haar toestemming. In een brief uit 1771 klaagde Philippe Maximilien dat zijn vrouw weigerde een verkoopakte te ondertekenen. Ze wilde eerst persoonlijk overleg, wat wijst op haar betrokkenheid bij het beheer.
Na het overlijden van haar echtgenoot in 1773 veranderde haar positie. Als weduwe oefende zij la garde noble uit en werd bijgevolg verantwoordelijk voor het patrimonium van haar minderjarige zoon. Marie Catherine stond vanaf toen aan het hoofd van twee adellijke patrimonia: het patrimonium Merode-Rubempré dat ze van haar vader had geërfd, en het patrimonium Merode-Westerlo dat ze in naam van haar zoon Charles beheerde.

Marie Catherine was toen negenentwintig jaar oud en nam meteen de leiding over het uitgebreide administratieve apparaat van de familie. Ze liet alle rentmeesters weten dat zij voortaan de eindverantwoordelijke was.
Marie Catherine stond bekend om haar strikte controle op de boekhouding. Rentmeesters moesten haar maandelijks een financieel overzicht bezorgen en jaarlijks een gedetailleerde rekening met bewijsstukken. Ze controleerde die documenten grondig en wees haar personeel op fouten wanneer dat nodig was. Ook hield ze zelf een overzicht bij van de inkomsten uit haar landgoederen.

Dat financiële inzicht bleek onder meer uit haar beslissing in 1774 om een landgoed in Artois niet onmiddellijk te verkopen. Hoewel haar intendant vond dat het bod gunstig was, oordeelde Marie Catherine dat de grond meer waard was. Twee jaar later werd het domein uiteindelijk verkocht voor een prijs die ongeveer veertig procent hoger lag dan het oorspronkelijke bod.
In 1774 ontdekte ze dat Marie Catherine zwanger was van Chretien Louis van Lannoy. Dat was voor haar een groot probleem. Waarschijnlijk was ze niet van plan geweest om opnieuw te huwen. Marie Catherine hield immers van de macht die ze had als weduwe. Ze koos ervoor om niet onmiddellijk te huwen omdat ze die autonomie niet wilde verliezen. Ze beviel in het geheim in Straatsburg en trouwde pas in 1776, onder strikte voorwaarden. Ze liet in haar huwelijkscontract expliciet opnemen dat zij het beheer van haar patrimonium zou blijven uitvoeren. Haar nieuwe echtgenoot respecteerde dat en bevestigde meermaals bij de notaris dat hij haar beslissingen volledig ondersteunde. Zo slaagde Marie Catherine erin om ook als gehuwde vrouw haar economische en juridische onafhankelijkheid te behouden.
Conclusie
Anna van Croy en Marie Catherine van Merode speelden een veel actievere rol in het economische leven van de Habsburgse Nederlanden dan lange tijd werd aangenomen. Het groeiende corpus aan onderzoek in binnen- en buitenland naar de rol van vrouwen in de samenleving toont aan dat zij hierin geen uitzonderingen waren.
Hoewel vrouwen beperkte rechten genoten vonden adellijke vrouwen de speelruimte om aanzienlijke macht en invloed uit te oefenen, onder meer door het beheer van de familiepatrimonia. Zij namen belangrijke beslissingen over investeringen, schulden en landbeheer, die aantonen dat patrimoniumbeheer niet uitsluitend een mannelijke aangelegenheid was. Wel integendeel, bepaalde specifieke juridische bepalingen gaven aristocratische vrouwen de mogelijkheid om een cruciale rol te spelen in het voortbestaan en de groei van hun dynastie.
Door deze verhalen opnieuw onder de aandacht te brengen, wil de podcastreeks Vrouwen des Huizes bijdragen aan een breder en genuanceerder beeld van de samenleving in de nieuwe tijd. Het is een uitnodiging om verder te kijken dan de canon en de stemmen te horen die te lang in de plooien van de geschiedenis verborgen bleven.
Beluister de podcast Vrouwen des Huizes hier.
Bibliografie
Algemeen Rijksarchief Brussel, Familiearchief de Merode-Westerlo.
Archief en Cultureel Centrum Arenberg in Edingen. https://www.arenbergfoundation.eu/nl/archives-enghien
Blaufarb, R. (2015) ‘The Phenomenon on Female Lordship. The Example of the Comtesse de Sade’, in: D. Hafter en N. Kushner. Women and Work in eighteenth-century France, Baton Rouge, 2015, pp.16-32
Coolidge, G. (2011), Guardianship, Gender, and the Nobility in Early Modern Spain, Surrey, pp. 155-160.
D’hoore, B. (2014),, Inventaire des archives de la famille de Merode Westerloo. 1. Papiers personnels de la famille de Merode. 2 dln. Brussel.
De Meyer, F. (2023), Hoog geboren, ambitieus en eigenzinnig. Marie Catherine Jospehe, gravin van Merode en prinses van Rubempré en Everberg (1743-1794), Gorredijk.
De Meyer, F. (2024) “Een gedreven patrimoniumbeheerder. Marie Catherine Josephe, gravin van Merode en prinses van Rubempré en Everberg (1743-1794)” Historica. Tijdschrift voor gendergeschiedenis, 47/1 (2024) pp. 8-14. https://doi.org/10.21827/historica.47.1.8-14
De Meyer, F. (2024) “Een steenrijke, autonome en ambitieuze gravin. Marie Catherine Josephe, gravin van Merode en prinses van Rubempré en Everberg (1743-1794)” Eigen schoon en de Brabander/Geschied-en Oudheidkundig Genootschap van Vlaams-Brabant, 107/1 (2024) pp. 51-72.
Derez, M., Vanhauwaert S. en Verbrugge A. (2018), Arenberg – Portret van een familie, verhaal van een verzameling, Turnhout.
Geevers, E. en Marini M. (2015), Dynastic identity in Early Modern Europe: rulers, aristocrats and the formation of identities, Farnham.
Marini, M. (2010) “Female Authority in the Pietas Nobilita: Habsburg Allegiance during the Dutch Revolt.” Dutch Crossing, 34/1 (2010) pp. 5–24. https://doi.org/10.1179/030965610X12634710163060
Marini, M. (2013) “Pendanten in leven en dood: Vroomheid, identiteit en autoriteit in de testamentaire beschikkingen van Anna van Croy, hertogin van Aarschot en prinses-gravin van Arenberg (1564-1635).” in: P. Bitter, V. Bonenkampova en K. Goudriaan. Graven spreken. Perspectieven op grafcultuur in de middeleeuwse en vroegmoderne Nederlanden, Hilversum, 2013, pp. 153-170.
Marini, M. (2021) “The dynastic diplomacy of the Princely Count of Arenberg at the Stuart court in 1603.” The Seventeenth Century, 36/3 (2021), pp. 389–411. https://doi.org/10.1080/0268117X.2021.1924987
Marini, M. (2024) “Votre bien bonne maytresse”. Hoe Anna van Croy (1564-1635), hertogin van Aarschot en prinselijke gravin van Arenberg het Arenberg-Croy patrimonium beheerde.” Eigen schoon en de Brabander/Geschied-en Oudheidkundig Genootschap van Vlaams-Brabant, 107/1 (2024) pp. 13-36.
McDonagh, B. (2017), Elite Women and the Agricultural Landscape, 1700-1830, Abingdon, pp. 1-14.
Roegiers, J. (2002), Arenberg in de Lage Landen : een hoogadellijk huis in Vlaanderen en Nederland (M. Derez, M. Nelissen, J.-P. Tytgat, & A. Verbrugge, Red.), Universitaire pers Leuven.
Schattkowsky M. (2003), Witwenschaft in der Frühen Neuzeit: Fürstliche und adlige Witwen zwischen Fremd-und Selbstbestimmung, Leipzig.
Vickery, A. (1998), The Gentleman’s Daughter: Women lives in Georgian England, New Haven.
