loader image

Archief- en Onderzoekscentrum voor Vrouwengeschiedenis vzw

Archief- en Onderzoekscentrum voor Vrouwengeschiedenis

De eerste ongewilde keizersnede in België

Jolien Gijbels is docent hedendaagse geschiedenis aan de Vrije Universiteit Brussel. Haar historische belangstelling gaat uit naar de geschiedenis van geneeskunde, technologie en gender in de 19de en 20ste eeuw.

Zelf mogen kiezen voor een medische behandeling. Het lijkt vanzelfsprekend maar is het niet. Aan het eind van de 19de eeuw begonnen sommige artsen keizersneden uit te voeren zonder toestemming van hun patiënt. In 1889 onderging Charlotte waarschijnlijk de eerste ongewilde keizersnede in België. Haar verhaal is een van de vele historische consentverhalen uit het recent verschenen boek Consent: Een geschiedenis van dwang en vrije wil en alles daartussenin dat reflecteert op het speelveld van macht en handelsvrijheid waarin mensen zich sinds de oudheid bevonden.

Ongewild en ongezien

7 augustus 1889, negen uur ’s avonds. Charlotte ligt in het Beiers Hospitaal in Luik wanneer ze haar eerste weeën voelt opkomen. Door haar smalle bekken lukt het haar niet om haar kindje eruit te persen. Buiten het zicht van Charlotte maakt het aanwezige personeel in allerijl de operatiezaal klaar. Charlotte krijgt chloroform toegediend zodat ze de operatiemessen, witte operatietafel en talrijke assistenten niet zou zien. Dat zou haar te bang maken, zo vreest haar arts Nicolas Charles. In de nacht van 7 op 8 augustus ondergaat Charlotte een ongewilde keizersnede.

Illustraties van de keizersnede in de negentiende eeuw
Bron: https://wellcomecollection.org/works/fn8hpcdb

In 1889 deed Charles iets dat volledig inging tegen de ethische standaarden die artsen in de 19de eeuw hanteerden bij levensbedreigende operaties. Hij vroeg alleen toestemming aan Charlottes echtgenoot, die het net als de Luikse arts beter vond om niets over de keizersnede tegen Charlotte te zeggen. De mannen wisten dat ze nooit toestemming zou geven, gezien ze tijdens de laatste bevalling duidelijk had gemaakt dat ze onder geen enkele voorwaarde een keizersnede wilde. Haar eerdere bevallingen waren ook moeilijk geweest, maar toen was er geen haar op Charles’ hoofd die eraan had gedacht om een keizersnede uit te voeren. De operatie betekende immers een doodsvonnis in het grootste deel van de 19de eeuw. De meeste vrouwen die een keizersnede ondergingen, stierven aan interne bloedingen en ernstige buikvliesontstekingen. Omwille van het risico op overlijden vonden artsen het belangrijk om vrouwen met een te smal bekken de keuze te geven: ofwel een operatie waarbij zij zouden sterven, ofwel een operatie die dodelijk was voor hun kind. Niet verrassend kozen nagenoeg alle vrouwen voor deze laatste optie.

Chirurgische smaak

Wat veranderde er dan omstreeks 1889? Verloskundigen kregen de chirurgische smaak te pakken. Belangrijk daarbij was de verspreiding van ontsmettingsmiddelen in ziekenhuizen in de jaren 1880. Mortaliteitsstatistieken van verloskundige ingrepen vertoonden daardoor plots spectaculaire dalingen. Ook begonnen artsen meer te experimenteren met nieuwe operatietechnieken met beloftevolle operatieresultaten, zoals die van de Duitse arts Max Saenger.

Hadden vrouwen dan voor de opmars van de chirurgie meer te zeggen in de operatiezaal? Ze kregen alleszins het laatste woord bij beslissingen over leven en dood. Maar recht op toestemming betekende geen recht op geïnformeerde toestemming. Vooral in hospitalen was er een uitgesproken hiërarchische relatie tussen arts en patiënt. In deze periode waren kraamafdelingen toevluchtsoorden voor arme en alleenstaande vrouwen zonder netwerk die niet thuis konden bevallen. In het ziekenhuis bevonden ze zich vaak alleen in een nieuwe omgeving wat hen sterk afhankelijk maakte van hun artsen. Dokters stuurden hen in hun beslissingen door hen streng toe te spreken en onvolledige informatie te geven over hun gezondsheidstoestand en de risico’s van mogelijke operaties.

Vaginale hysterectomie, uitgevoerd door de Franse arts Paul Segond en zijn chirurgisch team in het Salpêtrière hospitaal in Parijs omstreeks 1910, G. Villanova Héliograveur Editeur

Charlotte was meermaals zwanger in een tijdsperiode waarin grote debatten over de autonomie van patiënten in de gezondheidszorg afwezig waren. Artsen vonden dat zij zelf het beste geplaatst waren om beslissingen te nemen over medische behandelingen, en hielden daarbij doorgaans weinig rekening met de wensen en behoeften van patiënten. Maar voor levensbedreigende operaties gold er toch lang een uitzondering. Aan het einde van de 19de eeuw kreeg consent een nieuwe betekenis wanneer sommige artsen plots bereid waren om de toestemming van de vrouw bij levensbedreigende operaties te omzeilen.

Een nieuwe taal voor consent

Bevallingsverhalen uit de 19de eeuw onthullen hoe moeilijk het is de term consent eenduidig te definiëren. Een strikte benadering van consent als ‘ja’ of ‘nee’ schiet hier tekort om de interacties van vrouwen met hun artsen ten volle te begrijpen. Patiënten hadden lange tijd inspraak in beslissingen over levensbedreigende operaties, maar die onderhandelingen vonden plaats in contexten van ongelijke machtsverhoudingen waarbij artsen de regie van de bevalling in handen hielden. Ook toont Charlottes verhaal aan dat maatschappelijke veranderingen zelden rechtlijnig verlopen. De opvattingen over consent van vandaag kunnen morgen weer onder druk komen te staan. In het geval van Charlotte zorgden de opkomst van de chirurgie en de specialisering binnen ziekenhuizen ervoor dat haar handelsvrijheid aan het einde van de 19de eeuw verminderde.

Cover van Consent: Een geschiedenis van dwang en vrije wil en alles daartussenin

Vandaag lijkt de term consent vooral te bestaan als een anglicisme dat associaties oproept met moderne ideeën over zelfbeschikking, keuzevrijheid en een actieve ja of nee. Dit moderne consentbegrip helpt ons echter niet om de grijze zone tussen de extremen in kaart te brengen, zowel in het verleden als in het heden. Niet iedereen beschikt(e) over een evenveel zeggenschap. Wie meer inzicht wil krijgen in die grijze zone, kan terecht in het boek Consent: Een geschiedenis van dwang en vrije wil en alles daartussenin, geredigeerd door Chanelle Delameillieure en mij. Het boek wil een pleidooi zijn om een nieuwe taal voor consent te ontwikkelen die rekening houdt met de context waarin mensen toestemming geven. Alleen zo kunnen we de grenzen van consent en de positie van gemarginaliseerde groepen in machtssituaties beter begrijpen.